‘Pink slime’-rechtszaak tegen de staat

Dit is het probleem

Dat er ‘restvlees’ in een frikandel verwerkt zit is algemeen bekend. Maar wat is dit eigenlijk? Dit restvlees wordt ook wel ‘pink slime’ of separatorvlees genoemd. Waar komt het vandaan? Is het kip of varken of komt het van een ander dier? En is het eigenlijk wel veilig?  

Eerlijk…? Zelfs wij als voedselwaakhond hebben geen idee. Dit valt namelijk niet te achterhalen. Sterker nog: zelfs de Staat en Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hebben geen idee!  

En dat is doodeng. Omdat separatorvlees wel de nodige risico’s met zich meebrengt. Ten eerste een gezondheidsrisico: bacteriën voelen zich heerlijk in het roze goedje, wat al snel kan uitgroeien tot gevaarlijke aantallen. Ten tweede een frauderisico: separatorvlees kan (voor een duurdere prijs) als vers of kwaliteitsvlees verkocht worden, zonder vermelding op het etiket. Ten slotte weet je ook niet wat je eet: het zou kunnen dat je geliefde portie kipnuggets naast kip ook varken bevat. 

Dit is de stand van zaken 

Na onderzoek door foodwatch blijkt dat de Staat ‘fout’ en onveilig separatorvlees niet kan stoppen, laat staan de boosdoeners uit de keten aanspreken. Dit komt door gebrek aan traceerbaarheid, capaciteit en handhaving. Daarmee breekt de Nederlandse staat de Europese wet. Als de productie van ‘pink slime’ niet aan strenge eisen voldoet brengt dat risico’s met zich mee.  

  1. Geen traceerbaarheid: de staat lijkt niet te weten in welke producten separatorvlees zit en waar het wordt geproduceerd.
  2. Geen handhaving: de staat handhaaft Europese voorschriften (omtrent de productie, hygiëne en etikettering van separatorvlees) niet of legt ze (al dan niet bewust) naast zich neer.
  3. Geen capaciteit: het toezicht van de NVWA op separatorvlees en de vleesindustrie is ontoereikend, wat de voedselveiligheid in gevaar brengt.

Zolang we niet in welke producten separatorvlees zit, kunnen we het dus ook niet controleren. Het risico is hoger, maar de transparantie is lager. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. Het is vragen om het volgende voedselschandaal. 

Wat wil foodwatch? 

Iedere consument heeft het recht op veilig voedsel en om te weten wat je eet!  Daarom gaan we in plaats van afwachten tot het volgende voedselschandaal nu serieuze stappen zetten. Het is niet de eerste keer dat de staat haar zaakjes niet op orde heeft in de voedselketen: een rechtszaak kan de staat dwingen te voldoen aan de wet. 

85% van de consumenten vindt het belangrijk dat foodwatch een rechtszaak tegen de kan staat kan beginnen, als consumentenrechten worden overtreden. Vind jij dat ook? 

STA ONS BIJ IN EEN RECHTSZAAK TEGEN DE STAAT!  KOM OP VOOR JE RECHT OP VOEDSELVEILIGHEID. TEKEN NU EN OVERTUIG DE RECHTER DAT WE NAMENS ALLE CONSUMENTEN SPREKEN! 

Foodwatch lanceert een rechtszaak tegen de staat omtrent separatorvlees: in de volksmond ook wel bekend als ‘spuitvlees’ of ‘pink slime’. Lees hier een antwoord op veelgestelde vragen over separatorvlees en de rechtszaak:

Een diepgravend onderzoek van foodwatch wijst uit dat de Staat de voedselveiligheid met de voeten treedt en daarmee de Europese wet breekt. Zowel de consument als de staat kunnen niet achterhalen in welke producten het precies zit (geen traceerbaarheid), de staat hanteert de Europese voorschriften niet (geen handhaving) en de NVWA heeft geen mensen en middelen om toezicht te houden en in te grijpen als er iets grondig misgaat (geen capaciteit).

Dit is problematisch, gezien separatorvlees de nodige risico’s met zich meebrengt: snelle bacteriële groei, fraude en ongeweten (en mogelijk ook ongewilde) consumptie van kip of varken. De Staat kan ‘fout’ en onveilig separatorvlees niet stoppen, laat staat de boosdoeners uit de keten aanspreken. Volgens foodwatch voldoet de staat daarmee niet aan de wet (General Food Law, EC Regulation 178/2002) om preventief op te treden tegen gezondheidsgevaren en misleiding op het gebied van voedsel. 

Separatorvlees is de amorfe roze of grijze vleesmassa, ook wel gekend als ‘spuitvlees’, ‘schraapvlees’ of ‘pink slime’, verkregen uit de karkassen van geslachte dieren. Vooral bij pluimvee, soms varkens.

Separatorvlees wordt mechanisch met een lage- of hogedrukmachine van de resten van de botten gesepareerd. Het hogedruk-separatorvlees is zo fijn van structuur dat het een soort vleespasta of pink slime wordt. Uiteindelijk komt het terecht in producten als frikandellen en kipnuggets. Een groot deel wordt ook verwerkt in diervoeding. 

De productie van separatorvlees moet aan strenge eisen voldoen, om geen risico’s met zich mee te brengen. De risico’s zijn namelijk aanzienlijk: 

  • Bacteriële groei: Vlees is sowieso ‘risky business’ voor de voedselveiligheid, maar als vlees met hoge druk van de botten wordt gespoten – en het spierweefsel dus verandert - verhogen de risico’s. Omdat het separatorvlees zo fijngemalen is, voelen bacteriën zich er goed thuis en kunnen daardoor sneller tot gevaarlijke aantallen uitgroeien. Voordat separatorvlees in producten verwerkt is, bevat het vaak te veel ziekmakende bacteriën.   
     

  • Fraude: Separatorvlees is één van de goedkoopste vleesproducten. Het is fraudegevoelig: het kan (voor een duurdere prijs) als vers of kwaliteitsvlees verkocht worden, zonder vermelding van separatorvlees op het etiket.  

  • (Ongewilde) consumptie van kip of varken: Het overgrote deel van dit mechanisch  verkregen (separator)vlees komt van kippen, de rest van varkens. De consumptie van bewerkte vleesproducten als frituursnacks kan ook kip- of varkenseparatorvlees bevatten, wat mogelijk niet strookt met bepaalde overtuigingen of voorkeuren.  

Als een fabrikant vlees toevoegt aan een product mag het geen vlees worden genoemd. Op het etiket moet uitdrukkelijk ‘separatorvlees’ staan. Als je eens in de supermarkt op de etiketten van vleesproducten kijkt, kom je dit echter vrijwel nooit tegen. Terwijl het wel in talrijke producten zit.

Een nieuwe opiniepeiling (uitgevoerd door Multiscope) in opdracht van foodwatch wijst uit dat 72% van de consumenten (op een totaal van 1.000) niet weet wat separatorvlees is. 74% weet niet in welke producten separatorvlees zit. Degenen die het wel zeggen te weten noemen producten als frikandel, kipnuggets, worst, snacks en hamburger. 90% heeft het nog nooit op het etiket zien staan, terwijl 91% dit wel belangrijk vindt. Consumenten vinden bacteriële groei het ergste risico (67%). Hierna volgen fraude (23%) en (ongewilde) consumptie van kip of varken (10%).  

Het gebrek aan inzicht over separatorvlees ligt niet aan de consument: zelfs de NVWA en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport kunnen foodwatch niet vertellen hoe het zit. De Staat heeft simpelweg geen idee wie, waar, hoeveel separatorvlees produceert, verwerkt en distribueert en hoeveel separatorvlees in Nederland aanwezig is en wordt geconsumeerd. Dit is problematisch. Hoe groter het risico is dat mensen ziek worden van een ingrediënt, hoe beter we moeten weten in welke producten het exact zit: zonder traceerbaarheid geen handhaving… en dus ook geen voedselveiligheid.  

Gezien de risico’s die separatorvlees met zich meebrengt, zou je toch verwachten dat we op goede traceerbaarheid kunnen rekenen. Uit een steekproef van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in 2013 bleek dat het separatorvlees, voordat het in producten verwerkt is, al vaak te veel ziekmakende bacteriën bevat.

Bovendien werd bij 80% van de inspecties separatorvlees niet (goed) vermeld op de etiketten van voedingswaren. Traceerbaarheid is echter cruciaal voor preventie. Aan de hand van informatie op (de verpakking van) een levensmiddel, moet de keten van distributeurs en producenten teruggevoerd kunnen worden. Tot aan de boer en grondstoffen. Traceerbaarheidsverplichtingen zijn dé waarborg om in te grijpen als een voedselschandaal zich voordoet.  

Foodwatch heeft in 2021 een onderzoek laten uitvoeren door onderzoeksinstituut Profundo naar de Nederlandse separatorvleesmarkt. Dit onderzoeksrapport laat zien dat het vrijwel onmogelijk is om een goed inzicht te krijgen in de separatorvleesindustrie: deze industrie is bijzonder non-transparant. Foodwatch legt, onder meer aan de hand van Wob-verzoeken (beroep op de Wet openbaarheid van bestuur), bloot dat ook de staat simpelweg geen heeft wie, waar, hoeveel separatorvlees produceert, verwerkt en distribueert. Noch hoeveel separatorvlees in Nederland aanwezig is en wordt geconsumeerd. De minister van Volksgezondheid bevestigt verder in een antwoord op Kamervragen (november 2020) over separatorvlees: “De NVWA […] houdt geen centrale bestanden bij van productiehoeveelheden en consumptiehoeveelheden.” 

Zonder een traceerbare separatorvleesindustrie kunnen bevoegde autoriteiten niet achterhalen waar, door wie, welk product in welke hoeveelheden rondgaat, welke schakelingen de productketen tussen productie en verkoop kent en waar ‘het mis gaat’. De staat kan ‘fout’ en onveilig separatorvlees dus niet stoppen, laat staat de boosdoeners uit de keten aanspreken.  

Naar aanleiding van de marktstudie van foodwatch geeft 94% van de consumenten aan dat ze het belangrijk vinden dat hier verandering in komt: de overheid en de NVWA moeten inzicht verkrijgen in de traceerbaarheid van separatorvlees en de Nederlandse consument beschermen tegen de bijhorende risico’s.  

Omdat de productie van separatorvlees zo gevoelig is voor onveilige situaties, gelden er bijzondere Europese (productie)voorschriften voor separatorvlees. Helaas voldoet de staat vaak niet aan deze voorschriften, of negeert ze soms bewust.  

Vanuit de Europese Unie zijn specifiek voorschriften geschreven voor separatorvlees, omdat het  – indien ‘fout’ geproduceerd – significante gezondheidsschade kan teweegbrengen (Bijlage III, Sectie V, van Verordening (EU) 853/2004). Zo mag separatorvlees niet direct aan consumenten verkocht worden, alleen via vleesbereidingen die eerst een speciale hittebehandeling hebben ondergaan. Ook moet separatorvlees altijd onmiddellijk na het uitbenen van het karkas verkregen worden. Dat laatste weigert de NVWA echter te hanteren, omdat ze deze extra voorzorgsmaatregel niet nodig acht. Dit bevestigt DG Sante (Europese directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid) in haar audit in 2015.  

Ook eerder, in 2012, sprak DG Sante zich vernietigend uit over de controles en handhaving van de NVWA: “[De NVWA is er] niet in geslaagd bepaalde voorschriften inzake algemene hygiëne, op HACCP gebaseerde procedures en specifieke voorschriften voor de productie van separatorvlees te doen naleven.(…) Bovendien is het standpunt van de Nederlandse bevoegde autoriteiten met betrekking tot de etikettering voor eindgebruikers van producten die separatorvlees bevatten, niet in overeenstemming met de desbetreffende EU-wetgeving en worden de EU-voorschriften inzake etikettering voor eindgebruikers niet gehandhaafd.”

Uit de marktstudie van foodwatch blijkt dat 95% van de consumenten vindt dat de NVWA erop moet toezien dat de producenten de  levensmiddelenwetgeving naleven en dat producenten maatregelen nemen om de traceerbaarheid te garanderen, overeenkomstig met Europese verordeningen. De praktijk wijst echter iets anders uit.  

De NVWA is niet uitgerust om preventief op te treden tegen voedselschandalen. Foodwatch trekt al jaren aan de bel over het gebrek aan transparantie, controle en handhaving door de NVWA. De politiek is zich hier ook van bewust: er zijn de afgelopen jaren veel moties in de Tweede Kamer ingediend tegen de NVWA. Uit de motie van de PvdA over de NVWA: “[…] overwegende dat vanuit maatschappelijke organisaties en de justitiële keten ook wordt gewezen op tekortkomingen en indringend wordt gevraagd om verbetering van het systeem van toezicht en handhaving.” 

Een rapport over de NVWA (Deloitte, 2020) laat een schrikbarend beeld zien van de stand van zaken bij de NVWA, mede op het terrein van voedselveiligheid in de vleesindustrie. Het rapport wijst uit dat dat de NVWA voor 100 van de 152 taken ontoereikende capaciteit heeft. Dit ondanks dat, ook in de definitie van Deloitte, toezicht op de vleesindustrie noodzakelijk is: om ervoor te zorgen dat vlees volgens de wettelijke regels voor voedselveiligheid wordt geproduceerd. En om te voorkomen dat vlees, dat ongekeurd of niet geschikt is voor menselijke consumptie, verhandeld wordt. 

Een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (2014) trekt ook niet bepaald opbeurende conclusies: de NVWA heeft een onvolledig beeld van kwetsbare ketenschakels en productiestromen (bijvoorbeeld dierlijke bijproducten). Het FD voegt hier aan toe dat de NVWA met een dermate groot personeelstekort zit, dat de voedselveiligheid in gevaar komt.  

Het voorgaande geeft een zeer negatief beeld over de staat van het Nederlandse toezicht op en handhaving van de traceerbaarheid van separatorvlees – en van de voedselveiligheid in de vleesindustrie.

In Europa hebben we sinds 2002 een algemene voedselwet, de General Food Law (EC Regulation 178/2002). Deze wet is opgesteld naar aanleiding van de BSE-rundvleescrisis uit de jaren ‘90. Doel van de wet: het beschermen van de gezondheid van alle Europeanen en het consumentenbelang, door preventief op te treden tegen gezondheidsgevaren en misleiding op het gebied van voedsel. In de praktijk schiet het preventief optreden tegen voedselschandalen en de bijhorende risico’s voor de gezondheid echter schromelijk tekort. Dit zagen we in Nederland via onder meer de schandalen met paardenvlees en fipronil en meer recent het ethyleenoxide-schandaal. Zeker vleesschandalen (zie infographic) zijn schering en inslag.  

Zonder goede traceerbaarheid, zoals bij separatorvlees, is het vragen om een nieuw voedselschandaal. Dit wordt ook treffend weergegeven in een Europese Verordening (‘Guidance document on the GFL’, een toelichting bij Verordening (EU) 178/2002): “Past food incidents have demonstrated that being able to trace food and feed throughout the food chain is of prime importance for the protection of public health and consumers’ interests.” 

Tal van voedingsschandalen hebben in het verleden plaatsgevonden. Met het voor separatorvlees geldende gebrek aan traceerbaarheid is het vragen om problemen, in de vorm van een volgende crisis. 

Als consumentenorganisatie die zich inzet voor voedselveiligheid, roept foodwatch al jaren op tot betere preventie van voedselschandalen. Het eerste foodwatch-kantoor (in Duitsland) is in 2002 opgericht naar aanleiding van de gekkekoeienziekte, BSE. De gedupeerde consumenten hadden in dat voedingsschandaal geen schijn van kans; ze konden zich er niet tegen beschermen en konden zich ook niet direct op de boosdoeners verhalen.  

Het gebrek aan consumentenbescherming is voor alle daaropvolgende voedselschandalen nog steeds aan de orde. In 2013 heeft foodwatch een rechtszaak opgestart tegen de NVWA inzake het paardenvleesschandaal, die de voedselwaakhond heeft gewonnen: de NVWA werd verplicht om openbaar te maken in welke producten het paardenvlees verwerkt was. De NVWA weigerde oorspronkelijk dit bekend te maken, wegens mogelijke ‘reputatieschade’ voor de betrokken bedrijven – ten nadele van de vele consumenten die onwetend paardenvlees hebben gekocht en geconsumeerd.  

Tijdens het fipronilschandaal heeft foodwatch opnieuw de falende consumentenbescherming door de NVWA aan het licht gebracht: consumenten werden veel te laat geïnformeerd en verkeerd voorgelicht. Na meldingen over het gebruik van verboden bestrijdingsmiddelen bij de eiproductie heeft de NVWA hierop niet gecontroleerd.  

Ook bij het recente schandaal met ethyleenoxide (ook wel bekend als het sesamzaadschandaal) heeft foodwatch opnieuw pijnpunten blootgelegd: ondanks de dagelijkse terugroepacties van producten vergiftigd met ethyleenoxide in andere Europese landen zoals Frankrijk en België, leek dit in Nederland vrijwel stil te liggen. 

Een marktstudie in opdracht van foodwatch wijst uit dat 85% van de consumenten het belangrijk vindt dat foodwatch een rechtszaak kan beginnen tegen de staat als consumentenrechten worden overtreden, zoals het recht op veilig voedsel. Foodwatch geeft gehoor aan deze oproep aan daagt de staat voor de rechten. De voedselwaakhond roept consumenten op om haar massaal bij te staan in de rechtszaak, via een petitie. Doe jij ook mee? Teken de petitie!

Lees hier de volledige dagvaarding in kort geding >> 

In kort geding wordt gevorderd dat de Staat wordt bevolen;  

  1.  te voldoen aan haar verplichtingen uit artikel 17, lid 2, Verordening (EU) 178/2002 door, onder andere, inzicht te vergaren in de separatorvleesindustrie en door, onder andere, inzichtelijk te maken door welke levensmiddelenbedrijven, in welke vestigingen welke hoeveelheden separatorvlees produceren, distribueren en, uiteindelijk, verwerken in levensmiddelen,  
     
  2. ervoor in te staan dat levensmiddelenbedrijven in staat zijn om elke bron te identificeren van wie zij separatorvlees hebben ontvangen,  
     
  3. ervoor in te staan dat levensmiddelenbedrijven een systeem in werking hebben om en procedures hebben om de identiteit van de persoon van wie zij separatorvlees hebben ontvangen bekend te maken aan de toezichthoudende en handhavende diensten, op hun verzoek,  
     
  4. ervoor in te staan dat de consument op de etiketten van levensmiddelen met separatorvlees moet kunnen zien of er separatorvlees aanwezig is in een product (en hoe veel),  
     
  5. ervoor in te staan dat de consument via de productinformatie op levensmiddelen met separatorvlees het karkas waarvan dit afkomstig is kan identificeren, alsmede het slachthuis waarvan het vlees afkomstig is en de snijderij die het karkas heeft versneden. 

Voorts wordt in kort geding gevorderd dat de Staat wordt veroordeeld om artikel 2, lid 2, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 3, lid 1, in samenhang met Bijlage III, Sectie V, Hoofdstuk III, artikel 3, onder b, Verordening (EU) 853/2004 te handhaven, waarbij wordt uitgegaan van de woordelijke interpretatie van deze bepaling, namelijk dat separatorvlees onmiddellijk na het uitbenen moet zijn verkregen en dus niet enkele uren of zelfs dagen later, nu dat de voedselveiligheid in het geding kan brengen. 

Het is goed dat we alles van een dier gebruiken indien we het doden voor ons voedsel. De laatste resten van de botten afschrapen ziet er weliswaar niet charmant uit, maar gaat wel voedselverspilling tegen.

Foodwatch heeft dan ook geen bezwaren voor het gebruik van separatorvlees. Het is echter door het machinale productieproces heel belangrijk dat dit goed gecontroleerd wordt. Indien de hygiëne en temperatuurvoorschriften niet goed worden toegepast kan het risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Ook vinden we het belangrijk dat consumenten weten wat ze uiteindelijk op hun bord krijgen.