8 redenen tegen CETA

Waarom CETA, de Canadese TTIP, er niet moet komen

Toelichting bij de statements:

CETA is een gevaar voor onze consumentenbescherming

Een fundamenteel uitgangspunt van Europese consumentenbescherming is het voorzorgsbeginsel. Op basis van dit principe kunnen mogelijk gevaarlijke stoffen en producten waarover nog geen wetenschappelijke consensus bestaat van de markt geweerd worden. Simpel gezegd is het een systeem van ‘beter voorkomen dan genezen’. Het voorzorgsbeginsel is vastgelegd in Europese wetgeving, maar niet in Canadese. De Europese Commissie heeft gezegd dat in haar optiek het CETA verdrag het voorzorgsbeginsel niet zal ondermijnen. Ondanks deze toezegging wordt het voorzorgsbeginsel nergens in het verdrag expliciet genoemd. Als we CETA tekenen zal het niet meer mogelijk zijn om stoffen waarvan de veiligheid niet is vastgesteld te verbieden tenzij we bereid zijn om torenhoge schadevergoedingen te betalen aan bedrijven.

CETA zal niet leiden tot hogere internationale standaarden

CETA is er niet om hoogwaardige standaarden te realiseren en wereldwijd op te leggen, maar is vooral gericht op het harmoniseren van beleid om handelsbarrières te verlagen. CETA en TTIP zetten in op het wederzijds erkennen van elkaars standaarden, en niet op het harmoniseren van de hoogst mogelijke standaard. Dat wil zeggen dat er niet één hoogste standaard zal gelden in zowel de EU als Canada, maar dat huidige standaarden in beide blokken blijven bestaan maar dat dit verschil anders dan nu geen obstakel meer vormt voor handel. Voor derden landen (zoals bijv. China) verandert er feitelijk niets CETA zal dus niet leiden tot nieuwe globale normen. Er is geen enkele reden om op basis van de verdragstekst aan te nemen dat CETA zal leiden tot een promotie van hoogwaardige standaarden. Sterker nog, zij zal de ontwikkeling van hoogwaardige standaarden in de toekomst in de weg staan.

CETA ondermijnt duurzame ontwikkeling

De verdragstekst voor CETA bevat geen instrumenten om gemaakte afspraken over duurzame handel en arbeid af te dwingen. Sterker nog, in de tekst staat dat de hoofdstukken over milieu en arbeid zijn uitgesloten van de sanctie-mechanismen die wel gelden voor de gemaakte handelsafspraken in het verdrag. Hiermee ondermijnt CETA een ambitieuze duurzame agenda die we juist heel hard nodig hebben

CETA beperkt de beleidsvrijheid van de EU en haar lidstaten.

CETA is niet opgezet om de beleidsvrijheid van individuele landen zoveel mogelijk te beschermen, maar juist om die vrijheid te beperken. CETA streeft naar wederzijdse erkenning en harmonisatie van beleid en regelgeving tussen Canada en de EU. Het is dit samensmelten van beleid en regelgeving waarvan wordt verwacht dat het uiteindelijk zal leiden tot een verlaging van handelsbarrières. De mogelijkheid van staten om na het aangaan van CETA zelf regels te blijven maken zal ingeperkt worden. Er staan in de overeenkomst geen bindende bepalingen die een volledige beleidsvrijheid garanderen.

CETA holt de macht van parlementen uit

Het hoogste orgaan dat in CETA in het leven wordt geroepen, het zogenaamde CETA Joint Committee, kan eenzijdig besluiten nemen die bindend zijn onder internationale wetgeving. Het is in de huidige tekst onduidelijk of voor het aanpassen van onderdelen van het verdrag opnieuw parlementaire instemming nodig zal zijn. Het ontbreken van een heldere tekst hierover in het verdrag doet het tegendeel vermoeden. Hiermee verliezen onze democratische parlementen het zicht op nieuwe regelgeving en zal hun inspraak ingeperkt worden ten koste van ongekozen ambtenaren en lobbyisten.

CETA bevat onnodige en onwenselijke investeringsbescherming

CETA bevat een controversiële investeerdersbeschermingsclausule. Deze clausule creëert een parallel rechtssysteem waarmee buitenlandse bedrijven en investeerders via een internationaal arbitragehof en buiten bestaande rechtssystemen om, schadevergoedingen van nationale staten kunnen eisen. Dit is een ondermijning van de rechtsstaat en brengt bovendien het risico van het zogenoemde ‘regulatory chill’ met zich mee, waarbij overheden uit angst voor schadeclaims afzien van het aanscherpen van beleid. Er is geen enkele reden waarom buitenlandse bedrijven niet ‘gewoon’ naar de Nederlandse rechter kunnen stappen zoals iedereen. Het opnemen van een dergelijke clausule is een directe ondermijning van de Nederlandse rechtspraak.

CETA mag niet voor instemming van de Tweede Kamer inwerking treden

De Europese Commissie heeft voorgesteld om het grootste deel van CETA ‘voorlopig toe te passen’, dat wil zeggen dat het leeuwendeel van het verdrag al wordt ingevoerd voordat de Tweede Kamer en andere nationale parlementen hebben gestemd over CETA. Deze ‘voorlopige toepassing’ is bedoeld om niet-controversiële besluiten snel door te voeren zonder te hoeven wachten op de parlementen van 28 lidstaten. CETA is echter zeer controversieel en er bestaat een goede kans dat een of meerdere parlementen in Europa het verdrag afwijzen. Het is daarom uiterst onverstandig om delen van het verdrag al in werking te laten treden, als die vervolgens weer heel lastig terug te draaien zijn. Dit is daarom een verdere ondermijning van de democratie. Voor een ingrijpend verdrag als CETA is een zorgvuldig democratisch proces nodig, geen onbehoorlijke haastklus die we straks niet meer kunnen terugdraaien.

Zolang bovenstaande problemen bestaan moeten we CETA niet tekenen

Alle bovengenoemde punten zijn fundamentele tekortkomingen van de huidige CETA verdragstekst. Zolang ook maar een van deze punten niet opgelost wordt dient het verdrag er niet te komen. Wij zijn niet tegen handel, maar deze dient niet ten koste te gaan van onze voedselveiligheid, ons milieu en onze democratie.

Het is nog niet te laat! Doe mee!

Nederland kan een streep trekken door dit internationaal verdrag, dat de macht van multinationals vergroot ten koste van mens, dier, klimaat en milieu. Nederland kan de kloof tussen de EU-instellingen en de burgers weer dichten. Door te stemmen tegen CETA. Door handel weer democratisch te maken. Stop CETA!